Steun ons en help Nederland vooruit

Goede zorg voor dieren

De gemeente is medeverantwoordelijk voor de bescherming van alle dieren binnen haar grenzen, of dat nu huisdieren zijn, productiedieren of in het wild levende dieren. D66 wil daarom dat de gemeente een dierenwelzijnsbeleid opstelt.

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit beleid moet belegd zijn bij een wethouder met de portefeuille dierenwelzijn.

Op de website van de gemeente moeten relevante gegevens worden vermeld op het gebied van dierenwelzijn, zoals dierenambulances, opvangcentra en het meldnummer voor dierenmishandeling en verwaarlozing 144.

Gemeenten zijn op grond van de wet verplicht om zwervend aangetroffen huisdieren op te vangen en minimaal twee weken te verzorgen voor de eventuele eigenaar. Het gaat hierbij ook om de zorg voor gewonde en zieke dieren. D66 wil dat de gemeente hierover afspraken maakt met professionele organisaties zoals dierenopvangcentra en dierenambulances. De opvang gebeurt op basis van een kostendekkende financiering. Het door de Dierenbescherming ontwikkelde Basisarrangement kan hierbij een leidraad zijn. Om te voorkomen dat dieren onnodig in de opvangcentra terechtkomen, wil D66 dat de gemeente het chippen van katten en honden bevordert door bijvoorbeeld chipacties te organiseren.

De gemeente werkt aan draagvlak voor hondenbezit door te zorgen voor voldoende uitlaatplaatsen en afgebakende losloopgebieden. De gemeente geeft zelf informatie over een goede en verantwoorde omgang met honden. Verder zorgt de gemeente voor een zo compleet mogelijke registratie van bijtincidenten en heeft een bijtprotocol dat bekend is bij de inwoners.

Het beheer van het openbaar groen moet zijn afgestemd op de bescherming van de individuele dieren en hun leefgebieden. Werkzaamheden die dieren kunnen verstoren, zoals het kappen van bomen of het uitbaggeren van sloten, vinden niet plaats in het voorjaar en in het broedseizoen. Dieren zoeken vaak beschutting in het groen. Door minder frequent te maaien, worden kosten bespaard en wordt dierenwelzijn bevorderd.

Bij klachten over wilde dieren, zoals stadsduiven, ganzen, konijnen, ratten en mollen bekijkt de gemeente eerst of er daadwerkelijk sprake is van overlast. Is dat het geval dan wordt onderzocht welke diervriendelijke maatregelen getroffen kunnen worden om overlast te beperken. Denk daarbij aan het aanbieden van alternatieve foerageer- of broedplekken, zoals duiventillen, wat voor afname van overlast kan zorgen op andere plaatsen.

Bij bouw en onderhoudswerken in de openbare ruimte wordt rekening gehouden met wilde dieren. Zo kunnen beschoeiingen langs de waterkant worden voorzien van uittreedtrapjes voor amfibieën, eenden en katten. Bij (nieuw)bouwprojecten wordt gezorgd dat vleermuizen, gierzwaluwen, mussen en andere wilde dieren, die gebruik maken van onze woningen en kantoren, ook een plek krijgen in de ontwerpen. Denk hierbij aan het inbouwen van vleermuiskasten of het gebruik van speciale huismusvriendelijke dakpannen.

Bij werkzaamheden die het leven van dieren kunnen verstoren, zoals het kappen van bomen of het uitbaggeren van sloten, wordt rekening gehouden met het broedseizoen.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018