Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 5 februari 2020

Het gedicht van Piet: Gedicht in de lengte

Tijdens de Poëzieweek van 30 januari tot en met 5 februari 2020 presenteert elke dag een van de fractieleden een favoriet gedicht. Gedicht nummer zeven is uitgekozen door fractiemedewerker Piet Vroeg.

Jules Deelder debuteerde met de dichtbundel Gloria satoria (1969), een jaar later gevolgd door Dag en nacht geopend. In zijn poëzie, die nauw verbonden is met de jazzmuziek en het levensgevoel van de ‘beat generation’, zijn allerlei gewone taalverschijnselen verwerkt (krantenberichten, gebruiksaanwijzingen, reclameteksten).

Deelders werk kenmerkt zich door korte zakelijke zinnetjes, doorspekt met Engelse woorden en uitdrukkingen afkomstig uit de wereld van de pop en de underground. Zijn interesse in de Beatnik-generatie van William Burroughs, Alan Ginsberg en Jack Kerouac is groot. De Tweede Wereldoorlog, het gebruik van geestverruimende middelen, de stad Rotterdam, de voetbalclub Sparta en de jaren dertig en veertig, de glorietijd van de jazz, zijn andere thema’s die regelmatig terugkeren.

Piet: “Ik heb gekozen voor deze van Jules Deelder. Ter nagedachtenis en vanwege zijn humor.”

Gedicht in de lengte

Ge-
dich-
ten
zijn
vaak
lang
en
smal

De
mij-
ne
wel
in
elk
ge-
val

Lang
maar
te-
ge-
lijk
ook
kort

Dat
zijn
ge-
dich-
ten
zo-
als
het
hoort

Te
lange
zijn
er
bij
de
vleet

Of
nog
er-
ger
lang
en
breed

Brede gedichten kan ik niet tegen
Meestal zijn ze strontvervelend
Hun dichters blijven onbegrepen
En mogen elkaar dan prijzen geven

Zo
stelt
de
po-
ë-
zie
toch
me-
nig-
een
te-
vre-
den

Be-
hal-
ve
de
cri-
tiek
maar
dat
zijn
in-
tel-
lec-
tu-
e-
len

———————————–
opgenomen in De Dikke Komrij (De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten),
vaak aangepast waarna herdrukt, oorspr. 1979

bron: gedichten.nl/gedicht/188598